· 

Nieuwe Column Peter van Herp: Peet's (Eredi)Visie..

9 maart 2020. 

Het weekend liet zien dat er in Rotterdam gejuicht kon worden, bij Feyenoord en Excelsior, maar helaas vloeiden er ook tranen. In Spangen, Rotterdam-west. De loftuitingen over Henk Fraser ten spijt is het nog steeds de vraag of Sparta ooit nog kan aanhaken bij de (sub)top van de Eredivisie. Want zelfs een solide middenmoter worden lijkt te veel gevraagd. Afgelopen weekend werd daar helaas weer een triest bewijs van geleverd. Uitspelen bij FC Utrecht of niet, 1-5(!) is wel een blamage te noemen. Wat kan het tij keren voor de oudste prof-club van het land?

 

Betere spelers? Een nieuw bestuur? Dat laatste lijkt mij sowieso overbodig. Sparta is juist één van die weinige clubs waarover in dat opzicht nooit negatieve berichten naar buiten komen. Het bestuur is een orgaan welke bij de club van wijlen Bok de Korver altijd over een stevig fundament bezit. En doorgaans bezit de club ook over een zeer aardige selectie spelers. Komt er dan wel genoeg fris jong talent door in het eerste? 

Ook daarover lijken er geen zorgen te zijn. Sparta is, samen met, met name, Ajax (en de laatste pakweg tien jaar eindelijk ook weer Feyenoord) de bvo met één van de meest geroemde jeugd-opleidingen van het ganse land. En geregeld breken daar ook spelers door voor de hoofdmacht. Dus ook daar kan het niet echt aan liggen. 

 

De meest aangehaalde verklaring is de terugloop van publieke belangstelling voor de verrichtingen van de voetballers ‘op’ het kasteel. Zeker, vanaf met name medio jaren ’80 van de vorige eeuw was hierin een neerwaartse spiraal te ontwaren. Het voetbal was steeds minder geworden en ook het stadion was sterk verouderd. Want ook al presteerde men op het veld beneden de maat (en dat was absoluut het geval), als je fijn je plekje op de tribune had gevonden kon je het met je maten uit Spangen en andere wijken (ouderwets woord! Tegenwoordig spreekt men over deelgemeentes) in ‘West’ toch nog verdomd gezellig maken! Maar helaas was dat ook niet meer het geval. Het stadion maakte gaandeweg een steeds meer aftandse indruk. Het kon eigenlijk niet meer. Er moest wat gebeuren. 

 

Dat zag het toenmalige bestuur gelukkig ook in. Een renovatie was het geval. Hoewel je, anders dan bij de Kuip in 1994, praktisch over nieuwbouw kan spreken. Alleen de karakteristieke twee torentjes, waaraan het stadion zijn (bij)naam ook aan ontleed, bleven staan. In 1999 werd het bouwproject succesvol afgerond en sindsdien speelt men in een stadion dat goed in deze tijd past en voldoet aan de voorwaarden van de moderne voetbalwetten. Geen dak maar wel comfortabele (zit)plaatsen voor publiek en pers. Ook is het stadion inmiddels uitgerust met een aantal van de inmiddels onvermijdelijke skyboxen (medio 2019). Belangrijk voor sponsorcontacten en andere zakelijke belangen. Behoorlijk wat verbeteringen om het publiek weer naar Spangen te lokken zou je zeggen. 

 

Maar dat leek in eerste instantie nogal tegen te vallen. Het nieuwe (en misschien wel logische) argument is dat door de nieuwe multiculturele samenstelling van de bevolking in Nederland en vooral ook in Rotterdam de demografie ingrijpend is veranderd. Veel ‘nieuwe’ bewoners van Spangen komen uit Turkije of Marokko en hadden weinig affiniteit met de trots van Rotterdam-west. Die supporten vaak dan topclubs uit het moeder dan wel vaderland. Dit maakt dat het stadion van roemruchte spelers als ’Tinus’ Bosselaar en Tonny van Leede minder snel volliep. Maar zie daar: sinds er ook steeds meer kinderen van Turkse en Marokkaanse ouders bij Sparta in de jeugd zijn gaan voetballen is men zich in die kringen meer en meer gaan identificeren met de landskampioen van 1959 (veel te lang geleden trouwens) en is het enthousiasme sterk gegroeid. Sindsdien zit Het Kasteel weer regelmatig goed vol. Dit is ook de verdienste van de club zelf. Doordat er veel verschillende voetbal-evenementen voor de jeugd in de wijk zijn opgezet is de interesse sterk toegenomen en is men zich ook steeds meer een deel van de Spangense gemeenschap gaan voelen. Een goede ontwikkeling! Nu het voetbal nog. 

 

Er zijn in de 132-jarige geschiedenis van de club heel veel trainers geweest die succes hebben gehad met Sparta. En vele ook niet. Maar één ding hebben ze allemaal gemeen. Geen van hen kon een echt langere periode van succes garanderen. Natuurlijk, er zijn namen bij die wel een blijvende indruk hebben achtergelaten omdat ze toch een positieve omslag teweeg konden brengen. Maar dat garandeerde zeker niet altijd het behalen van prijzen. Een naam die in ieder geval altijd zal blijven rondzingen op Het Kasteel is bijvoorbeeld die van Dennis Neville. De Engelsman, geboren in Londen, was maar liefst acht seizoenen werkzaam in het stadion aan de Spartastraat en wordt gezien als een hervormer van de speelwijze van de Rotterdammers. Het was trouwens in de tijd dat de Engelsen nog werden gezien als de alleenheersers op het gebied van voetbal-know how. Denk ook aan bijvoorbeeld Ajax waar rond diezelfde tijd Jack Reynolds de scepter zwaaide en door velen nog steeds wordt gezien als de oervader van de Ajax-speelwijze. Nog voor Michels. Dennis Neville was de trainer met wie Sparta, in 1959 dus, zijn laatste landstitel vierde. 

 

Een trainer van korter geleden die in twee perioden ook toch een bepaalde stempel drukte, als was het maar omdat hij de beste Eredivisie-notering van de laatste, pakweg, veertig jaar behaalde, was Henk ten Cate. Hij werd in 1996 zesde met de club en haalde ook nog de bekerfinale. Die ging helaas verloren maar hij had niettemin een goed seizoen gedraaid. Andere toch ook zeer gerenommeerde namen deden het dan weer veel minder goed. Zowel Aad de Mos als Dick Advocaat degradeerden met de club. Dit overkwam de club voor het eerst met Frank Rijkaard aan het roer van Sparta 1. De club die tot dat moment altijd een vaste waarde was geweest in de Eredivisie was vanaf dat moment echt aan het kwakkelen geslagen. Het dient te worden vermeld dat Rijkaard op dat moment nog een groentje was in het trainersvak. Hoe desastreus ook, het werd hem daarom niet echt nagedragen. Heel anders was dat met bijvoorbeeld Aad de Mos.

 

Toen hij aantrad verkondigde de routinier vol bluf en bravoure dat wat hem betreft Sparta hoe dan ook in de hoogste divisie zou blijven. Het pakte anders uit en Haagse Aadje wist niet hoe snel hij zijn biezen moest pakken. Dat is hem door met name enkele prominente ’Sparta-pieten’ niet in dank afgenomen. Met Hugo Borst als misschien wel de meest felle criticaster in deze. De journalist en schrijver (meer columnist en schrijver eigenlijk) wijdde er zelfs een groot gedeelte van het eerste hoofdstuk van zijn boek “ Waarom ik zo van Sparta hou “ aan. En daarbij stond, tussen haakjes, nog bij “ en Aad de Mos haat ”! Het is duidelijk, de Rotterdammer is  bepaald geen fan van de voormalig trainer van o.a. Ajax, Anderlecht en KV Mechelen. Bij deze drie clubs oogstte de Mos overigens wel tastbaar succes. 

 

Maar……..dit alles duidend, wanneer wordt Sparta weer die gevreesde reus van het vaderlandse voetbal? Want dat was de club zeker. Tot aan begin jaren 1980 stond de club steevast genoteerd in de top 5 van de Eredivisie-ranglijst van meest succesvolle clubs (lees = meest behaalde competitie-punten). Samen met (uiteraard) Ajax, Feyenoord, PSV en FC Twente. Dat is voltooid verleden tijd. Sterker nog, het elftal van Henk Fraser moet uitkijken dat het niet weer degradeert! Nog enkele van zulke zeperds als afgelopen weekend en die spreekwoordelijke lantaarn begint wel erg gevaarlijk boven hun hoofd te bungelen. Ik vrees met grote vreze maar laten we de hoop zeker nog niet varen, beste lezers -en lezeressen. Duimen maar. 

 

Tot de volgende keer!

Geschreven door Peter van Herp