Peet's (Eredi)Visie - column 30 - 08 juni 2020.

Wat doet Mike Obiku, de Nigeriaanse spits van Feyenoord in de jaren 1990 nu? Vorige week haalde ik aan dat ik zijn spoor min of meer was kwijtgeraakt. Welnu, inmiddels heb ik dat weer een beetje teruggevonden. Afgelopen weekend hadden wij in het radioprogramma Sport op Voorne Putten, te horen op Linq FM, Erik van Adel, o.a voorzitter van VV Nieuwenhoorn, te gast en hij kon ons vertellen dat zijn zoon voor een talentendag bij Feyenoord Soccer Schools eens training kreeg van de man van de legendarische ‘sudden death’-goal tegen Ajax in 1995 (halve finale KNVB-beker). En dat fantastisch deed! Big Mike heeft dus een nieuwe roeping gekregen. En dat nog wel bij de club waar hij, denk ik, zijn mooiste voetbalperiode heeft beleefd!

 

Eigenlijk zouden alle bvo’s (u weet waar de afkorting voor staat) dat moeten doen. Voor je jeugdopleiding zoveel mogelijk met oud-spelers werken. Maar sowieso eigenlijk in alle geledingen van de club kun je met voormalige spelers aan de slag gaan, dunkt mij. Gelukkig gebeurt dat ook steeds meer.

Zo is oud-speler van Sparta, Henkie Fraser (ook oud-Feyenoord uiteraard) inmiddels trainer in Rotterdam-west geworden. Bij Feyenoord natuurlijk heeft, met veel succes, Giovanni van Bronkhorst voor de groep gestaan en in Dordrecht is Marco Boogers een tijdlang technisch directeur geweest. Met ook, in eerste instantie, veel succes. De gebroeders de Nooijer, Gerard en Dennis, zijn ook nog een korte tijd actief geweest in de jeugdopleiding van de oudste profclub van Nederland, hun club, Sparta. Uiteindelijk gingen zij weer andere dingen doen, maar toch. Het is een goede ontwikkeling als oud-spelers bij ‘hun’ club iets kunnen betekenen. Het straalt ook iets heel positiefs uit naar de supporters die merken dat de door hen toegejuichte spelers de desbetreffende club niet alleen hebben beschouwd als een te passeren station in de alsmaar voortrazende trein die hun carrière toch vaak is. Dat ze toch een bepaalde binding hebben gehouden bij de club waar ze dan wel hun professionele loopbaan zijn begonnen, dan wel hun mooiste tijd hebben beleefd, misschien zelfs vanuit de jeugd naar het 1ste zijn doorgebroken en ook furore hebben gemaakt. En als het een combi is van al deze facetten is het helemaal mooi meegenomen!

 

Als we het nu eens wat breder trekken vandaag dan alleen onze regio-bvo’s zijn er zelfs behoorlijk wat voorbeelden te noemen van oud-spelers die later, met of zonder succes, weer bij een vorige club zijn gaan werken. Om, jaja ik doe het echt, in Amsterdam te beginnen: bij Ajax lijkt dat inmiddels een echte cultuur op zich te zijn geworden. Daar hebben zij bijvoorbeeld een ledenraad waar heel veel oud-spelers in zitten. Maar ook in de jeugd zijn veel club-vedetten aan het werk gegaan. Mensen als John van ’t Schip, Richard Witschge en diens oudere broer Rob, maar ook Dennis Bergkamp en Wim Jonk. Deze laatste werd op een gegeven moment zelfs hoofd jeugdopleiding bij de succesvolste profclub van ons land. Dit was ten tijde van de ‘Cruijff-revolutie’ die in 2011 op gang kwam. En zoals u misschien nog wel weet, werd het ‘technisch hart’, het beslissende orgaan betreffende voetbalzaken (tenminste, dat was de bedoeling), gevormd door met name Jonk, Bergkamp, en trainer Frank de Boer. Die laatste, ook een oud-speler uiteraard, was met 4 landstitels op rij trouwens wel heel succesvol. Dat technisch hart functioneerde in het begin ook best behoorlijk. Maar uiteindelijk klapte de boel toch ten gevolge van een verschil in visie en toch ook weer opspelende ego’s. Heel jammer eigenlijk want Cruijff’s bedoelingen waren op zich goed en zijn visie in de te volgen lijn leek helder. Maar dit model toonde ook aan dat het dus niet altijd werkt om voornamelijk met oud-spelers, want dat wilde de legendarische ’nr.14’ uiteindelijk bereiken, in de organisatie te gaan werken.

 

Cruijff zelf was juist weer een uitstekend voorbeeld van een oud-speler die als trainer van zijn oude club, of clubs in zijn geval, goed kan functioneren. Wat heet! Zowel bij Ajax als FC Barcelona heeft hij prijzen gewonnen. Bij Ajax kon hij als trainer dan weliswaar geen landskampioenschap vieren, hij won wel 2 KNVB-bekers in 1986 en ’87 en het (inmiddels niet meer bestaande) Europacup II-toernooi, eveneens in 1987. Zoals vaker in zijn loopbaan kreeg hij op een gegeven moment mot met het bestuur en vertrok halverwege het seizoen 1987-’88. Om vervolgens met veel succes bij die andere ex-werkgever in Catalonië aan het werk te gaan. Heel veel succes! Vier landstitels, een nationale beker (Copa Del Rey), drie keer de nationale Super Cup, de EC II en als klap op de vuurpijl natuurlijk na die prachtige winst op Sampdoria uit Italië de Europacup voor landskampioenen, de EC 1. Toen inmiddels in de kersverse constructie (met niet meer alleen kampioenen als deelnemers) Champions League geheten. Velen van u zullen zich die kanskogel, uit een vrije trap, van Ronald Koeman nog wel kunnen herinneren waarmee hij gelijk matchwinnaar werd. En het tv-beeld van Johan Cruijff die bij het veld opgaan eerst nog met zijn rechterbeen achter het hek bleef hangen! Een toen uniek moment in de geschiedenis van Barca was hier gaande, want het was de eerste keer dat de ‘Cup Met De Grote Oren’ (‘copyright’: Leo Beenhakker) naar Barcelona kwam. Als toetje won hij in dat zelfde jaar nog de Europese Super Cup door over twee wedstrijden de EC II-winnaar Werder Bremen te verslaan. Al deze prijzen won Cruijff trouwens in zijn eerste zes van totaal 8 seizoenen die hij in Stadion Camp Nou actief was. Zijn laatste twee waren vruchteloos, zogezegd. Maar die eerste zes waren meer dan genoeg. Nog steeds roemt men zijn enorme invloed op de voetbalcultuur van de grootste club van de stad Barcelona (de andere is Espanyol) en wat een omslag de club heeft gemaakt onder zijn trainerschap.

 

Cruijff stopte na zijn vertrek bij Barca ook meteen als trainer. Hoewel hij nooit officieel zijn trainerscarrière heeft beëindigd was het voor hem duidelijk dat hij nooit meer op of langs een trainings-of speelveld zou staan. De jaren in Catalonië waren tropenjaren geweest en hadden veel van zijn energie gekost. Met in totaal 14 prijzen in tien seizoenen is hij zonder twijfel de succesvolste Nederlandse trainer bij clubs die hij ook als speler heeft gediend. Beetje jammer misschien dat de enige prijs die hij niet won als trainer de Wereldbeker voor clubteams is geweest. Hij verloor met Barca de wedstrijd in Tokyo van het Braziliaanse Saõ Paulo. Hij won die cup uiteraard wel als speler met Ajax in 1972 tegen het Argentijnse Independiente. Maar verder heeft hij als trainer natuurlijk één van de meest indrukwekkende cv’s op zijn naam gezet.

 

Iemand die mij ook onmiddellijk te binnen schiet als het gaat om een speler die later als trainer bij dezelfde club (of clubs) ook succes heeft geoogst is natuurlijk Willem van Hanegem. Hij won als, daarin zeer bepalende, speler van Feyenoord drie landstitels, een KNVB-beker en natuurlijk de Europacup 1 en Wereldbeker in 1970 en de Uefa-cup in 1974. Later als trainer bij Feyenoord won hij respectievelijk de landstitel en twee KNVB-bekers. Hoewel hij later nog bij AZ, FC Utrecht en Sparta heeft gewerkt won hij bij deze clubs helaas geen prijzen meer. Maar toch, in je eerste jaar als hoofdtrainer in het betaalde voetbal (het seizoen 1992-’93 bij Feyenoord dus) meteen de landstitel grijpen… Het is niet iedere trainer gegeven en ik kan er dan ook niet snel nog ééntje noemen!

 

Hoewel….. Wel bij trainers in het buitenland! Daar kom ik dan zeker weten volgende week op terug. En ook zal ik het gaan hebben over spelers die het later als trainer bij hun oude club(s) niet zo of helemaal niet goed hebben gedaan. Dus tot de volgende week!

 

Geschreven door Peter van Herp.