Peets (Eredi)visie - column 16 - 10 februari 2020

Het voetbal dit weekend in onze regio. Dat was er niet. Nergens niet. 

Dit soort voetbal-loze weekenden (vanwege het stormachtige weer, maar dat had u zelf ook al begrepen) verschaffen één ieder een goed moment om maar weer eens te mijmeren en na te denken over volkssport nummer één in ons land.

 

Als we kijken naar met name hoe onze regio-bvo’s doorgaans presteren is het eigenlijk een wonder te noemen dat ze nog een betrekkelijk respectabel aantal toeschouwers trekken. Met name Sparta en Feyenoord laten daarin solide cijfers zien. Maar wat krijgen ze nu helemaal voorgeschoteld? Een hoop geworstel en gestoei om de broodnodige punten. Mooi voetbal zien we toch echt maar zelden. Excelsior is hier dan regelmatig de uitzondering op de regel maar zij op hun beurt verzuimen dan weer vaker niet dan wel om resultaat voorop te stellen. Tenminste, zo lijkt het althans. Voor FC Dordrecht-supporters is het helemaal een kwestie van huilen met de pet op. Je moet wel zeer devoot zijn om daar, aan De Krommedijk, met ook nog maar iets van plezier op de tribune te zitten.

 

Maar voetbal gaat verder dan objectief kijken. Als dat zo zijn zouden wij, liefhebbers van deze bal -en teamsport, zich alleen nog maar vergapen aan wedstrijden van Ajax, Barcelona, Madrid, Liverpool, Juventus of Bayern München (waar is trouwens de Europese grootmacht van weleer, AC Milan, in dit rijtje vandaag de dag gebleven? Na Real Madrid toch nog altijd de club met de meeste EC 1/CL-titels op hun naam). Allemaal elftallen (en verdere selecties) met verschillende speelstijlen maar met één overeenkomst: Technisch hoogstaand voetbal. Maar alle voetbaldeskundigen dan wel -professoren vergeten vaak dat voetbal, en dan met name clubvoetbal, ook draait om emotie, om verbondenheid met mede-supporters, je te kunnen identificeren met dat team wat voor jou op het veld staat. Daarom ook nemen heel veel supporters het vaak mindere, soms zelfs ronduit slechte spel voor lief. Als je nou eenmaal geen supporter bent van die eerder genoemde Grote Zes van het Europese voetbal is het vaker lijden dan leiden, zogezegd. Want je club steunen door dik en dun, is het credo. Voetbal-supporterschap is een ongrijpbaar iets. Club-supporter zijn is toch iets heel bijzonders. En ja, soms grenst het aan een vorm van sado-masochisme, zo lijkt ’t.

Want pijn lijden, fysiek dan wel mentaal, is vreselijk. Behalve… behalve als het voor je club is. Dan is het blijkbaar volkomen begrijpelijk. Een must zelfs. Alleen dan toon je jezelf als de ware supporter. Gek eigenlijk.

 

Want waarom is deze vorm van betrokkenheid vrijwel uitsluitend alleen te vinden bij team-sporten, en voetbal in het bijzonder? Ik bedoel, je kan fan zijn van een individuele sporter en er ook echt de pé in hebben als hij of zij de wedstrijd verliest, maar daar wordt doorgaans toch gemakkelijker mee omgegaan dan het verlies van je favoriete (voetbal)club. Iets van een oer-gevoel? Afkomstig uit de tijd van primitieve stammen en door generaties heen overgedragen?

 

Zoiets lijkt ’t toch te zijn. De saamhorigheid die er bij de beleving van het edele balspel los lijkt te komen. Groepen van rivaliserende club-supporters die elkaar met gezang, leuzen en oer-gebrul tegemoet treden. Vaak ook met de gezichten geschminkt in de clubkleuren met bijpassende kleding bestaande shirtjes met het logo van de club van jouw hart. Dus toch ergens teruggrijpend naar de tijd van stammen. Stammen op oorlogspad zelfs. En met het verschijnsel van supporters-geweld lijkt dit inmiddels welhaast letterlijk te worden.

 

In dat kader moet wel worden genoemd dat bij Sparta, Excelsior en FC Dordrecht dit soort excessen nauwelijks voorkomen. Bij Feyenoord door de jaren heen, jammer genoeg, des te vaker. Alsof men bij de drie eerste genoemden onbewust beseft dat de posities in het vaderlandse profvoetbal en hun plek op de ranglijst te onbeduidend zijn om daarvoor, emotioneel gezien, zulk gedrag te veroorloven. En ze dan bij Feyenoord, volledig tegenover gesteld, zich wel heel druk te moeten maken in de veronderstelling nog steeds een nationale top-club te zijn. Een illusie natuurlijk. Men kan in Rotterdam-zuid allang niet meer aanhaken bij Ajax en PSV. Maar die rationele gedachten worden bruusk opzij gezet als de wedstrijd tegen Ajax op het programma staat. Dan zijn daar weer de stammen, of clans zo je wilt (als je bijvoorbeeld een Keltische analogie verkiest). Rotterdam tegen Amsterdam, havenstad tegen havenstad, 010 tegen 020. Dan wanen ze zich in Rotterdam weer even van gelijke hoogte met de club van Cruijff, Keizer en Michels. Dat de kille cijfers dit misplaatste gevoel reeds lang niet meer rechtvaardigen deert de hondstrouwe volgelingen van de club van ‘Zuid’ niet. Want, roepen ze dan, in veel gevallen waren ‘wij’ toch de eerste. De eerste in de halve finale EC 1 (in 1963, Ajax was dan wel degelijk de eerste die in dat toernooi de finale haalde, in 1969). De eerste met daadwerkelijk die cup in handen. En, als eerste, met de daaropvolgend te behalen wereldbeker, allebei in 1970. Dat Ajax daar vervolgens ruimschoots overheen ging met drie (!) opeenvolgende EC 1-eindoverwinningen wordt bewust genegeerd. ‘Wij’ van 010 waren gewoon heel vaak de eerste. Niet ‘zij’ van 020. Die gedachte. Dat de twee prachtige havensteden, naast het voetbal, juist zoveel gemeen hebben is ondergeschikt aan het club-gevoel. De stammenstrijd. Jammer eigenlijk.

 

Dan neemt Sparta toch meer bescheidenheid in acht. Iets wat ook past bij het nog steeds wat traditionele, statige karakter van de club. Toch hebben zij ook echt iets om trots op te zijn. Namelijk dat in Spangen, daar in Rotterdam, eigenlijk het prof-voetbal is begonnen. Want Sparta is wat dat betreft de eerste en dus oudste vereniging van ons landje. Maar op het Kasteel loopt men daarmee niet te pronken. Trots op dat feit? Jazeker maar ook niet meer als een gegeven. Uiteindelijk is het ten slotte niet meer 1888, het jaar van de oprichting, maar 2020. Nu is wat telt. Niet het verleden. Af en toe terugkijken naar successen uit oude tijden is leuk maar dat biedt geen garanties voor de toekomst. En dat weten ze bij de club van Bok de Korver en Tonny van Leeuwen donders goed.

 

Bij Exelsior leeft men wat dat betreft nooit boven hun stand. De club, die jarenlang financieel op de been bleef door de inzameling van oud papier, heeft nu een niet spectaculaire maar wel solide beleid qua inkomsten en uitgaven. Ook teert men nauwelijks op oude roem. Het moet gezegd worden dat daar hun succes-geschiedenis ook te klein voor is. Maar voor de supporters maakt dat nimmer uit. Hun aanhang is dan weliswaar klein maar trouw. En uitspattingen in de trant van rellen en vechtpartijen komen nagenoeg niet voor in Kralingen. Wat dat betreft lijkt dat stammen dan wel clan-gevoel iets wat voorbehouden is aan de grotere clubs. Logisch, als het gaat om statuur en het vasthouden daarvan hebben die supporters ook vaker het gevoel dat er iets op het spel staat. Vandaar ook die beladen beroemde wedstrijden tussen rivalen in de nationale competities.. Denk aan Manchester United tegen (FC) Liverpool, Real Madrid tegen FC Barcelona of Juventus tegen Inter Milan. En dus ook Feyenoord tegen Ajax. Het karakter van die laatste wedstrijd(en) is overigens flink veranderd. Waren, in de jaren tot 1970, die wedstrijden vol rivaliteit maar zeker ook respectvol en gemoedelijk, daarna wordt het met het verstrijken der jaren steeds grimmiger. En dat is zacht uitgedrukt. En dat is zover gegaan dat vandaag de dag er geen supporters van de bezoekende club mogen meereizen om hun helden aan het werk te zien. Een zeer trieste ontwikkeling. We zijn dus blijkbaar op het punt gekomen dat we daadwerkelijk, in negatieve zin, kunnen spreken van een ‘strijd der stammen’. Laten we hopen dat ooit het tij weer ten positieve zal keren.

 

Tot de volgende keer beste lezers -en lezeressen!

 

Geschreven door Peter van Herp.