Peets (Eredi)Visie - column 37 - 12 april 2021.

Vorige week en de week daarvoor schreef ik hier over zaken als integriteit en principes in de sportwereld en daarmee samenhangend de invloed van sociaal-maatschappelijke zaken in de samenleving op diezelfde sportwereld. De  misstanden omtrent de werk-omstandigheden van arbeiders van de te bouwen stadions voor het WK voetbal in Quatar, ze zijn ruimschoots  gedocumenteerd en gerapporteerd door Amnesty International. En voorts verandert er weinig tot niets ten opzichte van die erbarmelijke toestanden voor de arbeiders in de superrijke olie-staat. Terwijl de genoemde mensenrechten-organisatie middels getuigenissen zwart op wit heeft staan dat er doden zijn gevallen bij de bouw van die voetbaltempels! Eens te meer wordt duidelijk dat, zo gauw er geld, veel geld mee gemoeid is men de andere kant op kijkt. Bonden zoals de Fifa, Uefa en onze eigen KNVB vaardigen een flauw statement uit om de wereld te laten weten dat men er notie van neemt en het natuurlijk kritisch gadeslaat en het in het laatste geval afkeurt. Spelers van ons nationaal elftal hebben bij de laatst gespeelde interland met speciale shirt-opdruk met een vrij algemene, en naar mijn mening nietszeggende tekst hun wedstrijd gespeeld en dat was het dan weer. Want wat kan je verder ook doen, is de algemeen toegedane stelling. “ het is nu toch al te laat om het toernooi te boycotten “ is het gehoorde slappe excuus. Wat?? Te laat? Waarom dan?? Het WK is toch pas volgend jaar? Het is simpelweg het zoveelste bewijs dat voor  keiharde valuta alle morele bezwaren zonder pardon overboord worden gegooid. Maar wees gerust, het is echt niet van nu, zo’n houding. Het is niet nieuw. Bij lange na niet.

 

Je kunt terug gaan naar de jaren dertig om te constateren dat toen ook al men boter op het hoofd had, zogezegd. Al vanaf 1933 was voor de intelligentsia binnen de politieke wereld van Europa, de VS en de rest van de wereld duidelijk te zien dat het in Duitsland de verkeerde kant op zou gaan in sociaal-maatschappelijk

opzicht. En toch verkoos men doodleuk om in 1936 acte de présence te geven op de Olympische Spelen in Berlijn. Was men werkelijk niet goed genoeg ingelicht over de situatie aldaar of hield men zich bewust van de domme om de, toch vooral oppervlakkige, schijn van harmonie niet te verstoren? Het tweede lijkt mij het meest aannemelijk. En terwijl bij de openingsceremonie Adolf Hitler de wereld met zijn Sieg Heil-gebaar welkom heette werd er ‘gezellig’ gesport alsof er niets aan de hand was. Achteraf gezien kun je vanuit geschiedkundig oogpunt concluderen dat Hitler toch nog een (hetzij slechts kleine) ’klap in het gezicht’ kreeg voor zijn politiek van geïnstitutionaliseerd racisme doordat de zwarte Amerikaan Jesse Owens de gevierde  ster werd met maar liefst vier gouden atletiek-medailles. Maar verder had de wereld-politiek verder geen duidelijk standpunt ingenomen te opzichte van Hitler’s verderfelijke beleid. Uiteindelijk zou dat, zoals iedereen weet, definitief veranderen in 1940.

 

Het voor mij, meest duidelijke, eerste, schokkende voorbeeld van de nietsontziende mentaliteit in de (internationale) sportwereld vond plaats in 1972. De Olympische (zomer)Spelen werden dat jaar georganiseerd, enigszins toevallig binnen de context van deze column, in Duitsland. Dat toernooi had voor

het Duits olympisch comité juist ten doel gediend om de herinnering aan 1936 uit te wissen of om in ieder geval nu een positief signaal van verbroedering en saamhorigheid af te geven. De geschiedenis heeft anders bepaald. Door het gijzelingsdrama bij de Israëlische équipe in het Olympisch dorp vonden uiteindelijk 11 mensen (2 officials en 9 atleten) de dood. En hoe reageerde het IOC en verdere organisatie naderhand? Die verklaarde dat “ the games must continue “ en men niet mocht zwichten voor terreur. Dat lijkt heel principieel maar is, naar mijn inzien, gewoonweg wanstaltig. Vanuit humaan opzicht gewoon niet te verantwoorden.

Gelukkig dachten vijf Nederlandse sporters en verslaggever Dick van Rijn er hetzelfde over. Maar het toont eens te meer aan dat meespelende politieke of financiële belangen heel vaak elke principiële handeling of gedachtegoed doofstom maakt. Voorbeelden te over. Te veel om op te noemen eigenlijk.

 

Want hoe zit ’t eigenlijk met het morele aspect van de individuele sporter? In de recent vervaardigde, voor Netflix, gemaakte documentaire over Pelé, voor velen de beste voetballer ooit, zie je hoe zijn succesverhaal (“ van straatjongen tot wereldkampioen “) velen van zijn Braziliaanse landgenoten hen een gevoel van

blijdschap en eigenwaarde gaf. Bijna altijd ‘het lelijkste jongetje van de klas’ op het wereldkampioenschap voetbal, en dan, vanaf 1958, het grote voorbeeld voor oogstrelend, frivool en virtuoos spel. Vanaf dat moment altijd bovenaan in de pikorde van het mondiale voetbal. En Pelé werd daarvan de grote held.

 

Maar dat er in zijn twintiger jaren opeens een dictatuur was ontstaan in zijn land, daarover hoorde je hem nooit. Hij was zich er, logisch uiteraard, wel terdege van bewust maar richtte zich puur en alleen op voetbal. Zat als het ware in zijn eigen cocon. Enkel en alleen bezig met zijn eigen prestatie en dat van zijn team. Alleen op die manier, zo dacht hij er ook in 2020 nog steeds over, kon hij het grauwe en onderdrukkende bestaan van de modale Brazilliaan van enig kleur voorzien en enige verlichting en vreugde geven. Oppervlakkig beschouwd kun je hem daarin gelijk geven maar met de steeds meer aan invloed winnende

internationale media had hij wel zeker zijn stem kunnen laten horen om zich zodanig uit te spreken tegen de dictatuur in zijn land. Maar dan had hij toch zeker kunnen worden vervolgd of kwetsbaar kunnen zijn voor represailles van het regime? hoor ik u denken. Jazeker, dat had inderdaad het risico kunnen zijn maar gezien

zijn alsmaar groeiende status in het internationale voetbal en het feit dat hij een steeds meer publieke figuur werd was dat toch niet zo heel gemakkelijk geweest voor het regime in het land van het beroemdste carnaval ter wereld.

 

Hoe dan ook, Pelé verkoos zijn mond te houden en werd hoe dan ook de grootste mondiale voetbalster van zijn tijd. En een handig en bruikbaar instrument voor organiserende voetbalbonden -en comites en daarmee samenhangende sponsors. Want altijd kritiekloos, vrolijk lachend en orerend over de schoonheid van het spel, dat van Brazilië in het bijzonder en zijn onmetelijke liefde voor zijn land. Maar van enig engagement is bij de inmiddels ruim 80-jarige nooit iets te merken geweest. Eigenlijk best jammer. En een beetje triest om hem in de afgelopen twintig jaar voornamelijk te hebben zien functioneren als een sprekende etalage-pop voor ieder commercieel merk of bedrijf ook maar denkbaar.

 

In 1978 werd het WK voetbal in Argentinië voor Nederland, na het gloedvolle maar helaas in de finale verloren toernooi in 1974 in, ja opnieuw, Duitsland, opnieuw behoorlijk succesvol. Er werd helaas opnieuw verloren maar dat ook pas weer in de finale (en net als ’74 in en tegen het gastland). Maar had Nederland wel moeten gaan? Het land wat zo prat gaat op zijn cultuur van vrijheid, in al zijn soorten. Vrijheid van politieke voorkeur, vrijheid van meningsuiting over geloof, over van wie je mag houden, over vrijheid in de keuzes van (lichamelijke) liefde voor de andere of je eigen sekse en ga zo maar door. Die natie van  vrijdenkers hield opeens de, normaal zo brutale, mond als het ging om de politieke en daarmee samenhangende sociaal-maatschappelijke toestand in Argentinië. Tenminste, binnen de sportwereld. Want men had, na 1974, natuurlijk de smaak te pakken en wilde maar wat graag zien of ze de prestatie van Cruijff en co. weer konden evenaren of zelfs, ja, kon overtreffen! Dat er in Argentinië al enige jaren een dictatuur regime heerste onder leiding van Jorge Videla en zonen en broers en echtgenoten zomaar verdwenen. Hun moeders, zussen en vrouwen radeloos achterlatend in totale onwetendheid over wat er met ze gebeurd was. Dat politieke tegenstanders, zogenaamde ‘dissidenten’, uit vliegtuigen werden gegooid. Werden gemarteld.

Ja, daar had de Nederlandse regering even geen boodschap aan. De KNVB wilde enkel en alleen het land weer oranje zien kleuren. En ok, Cruijff en van Hanegem gingen niet mee maar dat had helemaal geen achtergrond van politiek engagement. Daaraan lagen persoonlijke motieven aan ten grondslag. Dus, gejuicht en gefeest moest er worden. Gejuicht om een fraai doelpunt, gefeest vanwege een klinkende overwinning. Voor dat ‘heilige’ doel moest gezonde en geoorloofde kritiek maar gewoon wijken. Dus ook die twee moralistisch zeurende cabaretiers van Neerlands Hoop met hun “ Bloed aan de paal “-actie, ‘we’ hadden er even geen boodschap aan. En eerlijk is eerlijk, het merendeel van de Nederlandse voetballers ook niet. Zover bekend bij mij heeft alleen Okkie Okkema geweigerd om naar Argentinië te gaan vanwege de politieke situatie aldaar.

 

Nou, juichen om fraaie doelpunten was er niet echt bij (een uitzondering daargelaten) en feest gevierd om klinkende overwinningen..Nee, dat was ook nou niet bepaald wat er gebeurde. Met een aantal bloedeloze gelijkspelen en een enkele lelijke overwinning (voor de exacte statistieken raadpleeg u wikipedia enz er maar op na) werd met hakken over de sloot, als ware het een mirakel, alsnog opnieuw de finale gehaald. En dus opnieuw verloren. En toen kwam opeens wel het verwijt dat Oranje niet MOCHT winnen. Dat het ongemeen hard spelende gastland alle gemaakte overtredingen in hun voordeel zagen, beslist door de fluitende man in het zwart-wit. Dat het regime van Videla had bepaald dat zijn land MOEST zegevieren. Omdat Nederland had verloren werd dus lang nadien opeens wel gesproken over de corruptie in het Videla-tijdperk. Nogal hypocriet als je het mij vraagt. Als de beroemde ‘bal op paal’ van Rob Rensenbrink er wel in had gegaan had de wedstrijd sowieso anders verlopen en had Oranje welzeker nog kansen op de winst  gehad. Ook weer een gevalletje van ’ boter op het hoofd hebben’.

 

Het laatste, schrijnende, voorbeeld van het vaak ontbreken van het hebben van principes speelde zich af op 29 Mei 1985. Op die datum speelden het Italiaanse Juventus tegen het Engelse Liverpool de finale van de Europacup 1 in het Brusselse Heizel-stadion. Nou hadden en hebben met name de Engelse voetbalfans al jarenlang een niet al te beste naam in Europa (denk aan de vernielingen in de Kuip tijdens de Uefa-cupfinale van 1974 alwaar Feyenoord aantrad tegen het Londense Tottenham Hotspur) maar op deze avond liep het ongeëvenaard uit de klauwen. Nog voor het begin van de wedstrijd bestormde een aanzienlijk deel van de Liverpool-supporters de tribunes met Juventus-aanhangers. Wat volgde was een gigantische knok- en steekpartij. Resultaat: 38 doden. Gevolg….. Er werd gewoon doodleuk voor het begin van de wedstrijd

gefloten. Dat hiertoe werd besloten is een regelrechte niet te vergoelijken daad van onverschilligheid, ongevoeligheid en misdadigheid. Er werd na de wedstrijd als reden van het doorgaan van de wedstrijd opgegeven dat als de wedstrijd definitief zou worden afgeblazen de hel helemaal zou zijn losgebroken. Nou, voor mij, en ik denk ook de doorsnee t.v-kijker of toeschouwer in het stadion was dit toch al echt reeds gebeurd. Pessimistisch gesteld werd hiermee het betaalde voetbal emotioneel failliet verklaard. Het voetbal als onbekommerd, sportief tijdverdrijf, juist ook voor de passieve toeschouwer had z’n onschuld definitief verloren en het maakte eens te meer duidelijk: het zijn de pegels waar het om draait.

 

Maar goed, komende week weer competitie-voetbal. Wat denkt u hoe Feyenoord, Sparta, Excelsior of FC Dordrecht het gaan doen?

 

Geschreven door Peter van Herp.