Peet's (Eredi)Visie - column 27 - 18 mei 2020.

Afgezien van deze rare tijd waarin de bal dus over het algemeen niet rolt in Nederland en andere landen, behalve dan afgelopen weekend in Duitsland waar men de competitie zonder publiek weer hervatte en het door alle COVID 19-restricties niet om aan te gluren was, wordt, of beter, werd u ook wel eens gewoon voetbal-moe? De enorme overdaad aan (soms hele slechte) wedstrijden, eindeloze voorbeschouwingen en analyses: soms is het gewoon te veel van het goede. Dan zit er niets anders op om de krenten uit de pap te halen en de rest te laten voor wat het is. En dus hou ik mij in deze tijd vooral bezig met terugblikken.

 

En dan vooral naar de verrichtingen van mijn favoriete club. En vind het daarbij vooral leuk om de successen maar ook dieptepunten te koppelen aan bepaalde personen uit verschillende perioden. Vorige week schreef ik al over de mooie magazine-uitgaven van de Feyenoord Supporters Vereniging De Feijenoorder. De specials die zij hebben uitgebracht zijn een genoegen om te lezen. Tot nu toe zijn dat er vier geweest. Over vier iconen van de club. Te weten Henk Schouten, Cor van der Gijp, Gerard Meijer en als laatste Jozsef Kiprich. 

Het leuke aan deze specials is dat het allemaal uitgaven zijn over echte club-helden. En het mooie en aparte is dat het niet alle vier ster- voetballers waren. Ééntje is zelfs niet eens voetballer! Bij welke andere club kan dit? Ik weet er geen op te noemen. En toch werden ze niet alleen populair bij de hondstrouwe en fanatieke achterban maar bereikten zelfs nationale bekendheid. Ik heb het in dit verband dan over Gerard Meijer. De verzorger (blessures op het veld) die niet alleen die functie bekleedde maar gaandeweg uitgroeide tot de to-go-to persoon voor allerhande karweien. Zo was hij naast verzorger op het veld ook masseur, hield het

materiaal bij (nog een tijdje samen met de op 13 Februari jl. overleden Carlo de Leeuw), regelde hotel-overnachtingen voor als het 1ste buitenlandse EC-reizen moest maken) en was ook praatpaal voor spelers en trainers. Als je ergens mee zat of gewoon een praatje pot wilde maken dan ging je naar Gerard. Wanneer Gerard bij een blessure, met een tas vol medicinale middelen en waterfles, het veld op kwam rennen (en dat kon hij behoorlijk snel) werd dat vanaf de tribunes steevast begeleidt door het geluid van een voortrazende brommer.

Ik heb er zelf verschillende keren in De Kuip getuige van moge zijn. Altijd grappig om mee te maken. En om dan te merken hoe ontzettend populair hij was geworden in de 50 (!) jaar dat hij voor de club werkzaam was. Let wel, we hebben het hier niet over een ster-speler op het veld of een succesvolle (assistent) trainer maar een verzorger (en dus manusje-van-alles op een gegeven moment). Een verzorger! Vertel mij, kan dit bij een andere club ook gebeuren?

Ik durf te zeggen van niet. In 1959 trad Gerard in dienst. De Rotterdammer, geboren op de Schiedamse Weg (Delfshaven), heeft vooral in zijn eerste 15 jaar in dienst van de club uit de wijk Feijenoord (Rotterdam-zuid) grote successen meegemaakt en alle groten van de club op zijn massage-tafel gehad. Vele daarvan waren bepalend voor veel van die successen. Spelers als voornoemde Henk Schouten en Cor van der Gijp maar natuurlijk ook Coen Moulijn, ‘De Kromme’(van Hanegem) en bijvoorbeeld ook latere toppers uit de jaren ’90 als Jozef Kiprich, John de Wolf, Gaston Taument en Regi Blinker dan wel Ruudje Heus (tien jaar in Feyenoord 1 gespeeld!) en lachebek (maar ook uitstekende voetballer) Robbie Witshge. En vedetten als Wim

Jansen en, opnieuw, Willem van Hanegem die hij later uiteraard ook als, succesvol, trainer heeft meegemaakt. En ja, zelfs ook nog Johan Cruijff in dat prachtige seizoen 1983-’84! En over bijna iedereen heeft hij een positief gevoel overgehouden. Tot het begin van seizoen 2008-’09.

Bij het aantreden van trainer Gert-Jan Verbeek in dat jaar werd voor het eerst in 49 jaar de sfeer echt anders voor de club- veteraan. Het boterde niet of nauwelijks tussen de Deventenaar en ras-Rotterdammer. De spreekwoordelijke druppel werd bereikt toen de oud-trainer van o.a Heracles Gerard zijn vaste hoekje in de kleedkamer, met daarin gevestigd allemaal persoonlijke spulletjes en benodigdheden, afpakte omdat dit volgens Verbeek niet paste in het professioneel nagestreefde klimaat rondom het elftal.

 

Hoewel er voordien geen trainer, speler, club- bestuurder of andere official er een probleem van maakte en Gerard juist zijn plekje in de kleedkamer gunde omdat hij zo geweldig met de spelers omging vond Verbeek het ongepast. Een trainer moest met zijn spelers ongestoord in de kleedkamer te werk kunnen gaan om tactieken te bespreken en ‘peptalks’ te kunnen houden. Voor verzorging moest men maar naar de voorgeschreven ruimte gaan. Wie Gerard in die dagen in de catacomben van De Kuip zag ronddolen kon het verdriet en onvrede van zijn gezicht af lezen. Even was hij in staat om na al die jaren de handdoek in de

ring te gooien en er definitief mee op te houden. Maar de redding, voor Gerard althans, leek nabij. Verbeek werd begin 2009 ontslagen en na een korte interim-periode van Leon Vlemmings opgevolgd door kind-van-de-club Mario Been. Tussen de geboren Rotterdammer (uit de Bovenatura-straat ‘op’ Zuid) en Meijer was het meteen dikke mik. De twee konden lezen en schrijven met elkaar. Uit dezelfde stad met hetzelfde gezonde gevoel voor cynische, dan wel sarcastische humor. En ze kenden elkaar al vanaf het moment dat Mario als kleine jongen in de Feyenoord-jeugd kwam voetballen en zich bij kleine blessures regelmatig door Gerard liet verzorgen. Zoals dat later uiteraard, toen Been in de hoofdmacht speelde, ook weer af en toe voorkwam. Zo kreeg het tweede gedeelte van Gerard’s vijftigste dienstjaar bij Feyenoord toch nog een bevredigend slot. Al waren de resultaten op het veld niet echt geweldig te noemen, Meijer ging weer met plezier naar zijn werk.

 

Toen hij dan uiteindelijk aan het eind van dat seizoen afscheid nam kreeg hij een prachtige eerbetoon van de club en de supporters. In het eerste geval kreeg hij het ere-lidmaatschap van de club en de titel ‘Ambassadeur voor het leven ‘ en de supporters noemde hem ‘Grootste Feyenoorder’, Nog voor Coen Moulijn en Willem van hanegem. Logisch misschien, omdat hij het langst in dienst is geweest bij de club aan de Maas en ten tweede zit Het Stadion (jaja, met hoofdletters) natuurlijk hoofdzakelijk vol met supporters die zich, ook anno 2009, van Hanegem en Moulijn niet als speler kunnen herinneren maar Meijer (Gerard dus) wel talloze malen het veld op hebben zien rennen om de zoveelste gekwetste speler te verzorgen. Hoe dan ook, de oude Gerard, toen al 74(!), was zichtbaar geroerd door al deze accolades en toen hij dan ook per helikopter onder luid applaus en gejuich het bomvolle stadion uit vloog stonden de tranen in zijn ogen.

Ik kan het mij nog als de dag van gisteren herinneren. In de aan hem gewijde special van FSV De Feijenoorder kunt u nog veel meer over dit alles lezen. Met vooral ook veel lovende commentaren van veel oud-spelers en trainers over ‘Ome’ Gerard. 

 

De eerste twee specials van FSV De Feijenoorder hadden dus Henk Schouten en Cor van der Gijp (oom van oud-Spartaan en ex- PSV’er en, inmiddels, t.v-held René en jongere broer van diens vader, Spartaan Wim) als hoofdpersoon. De twee ras-voetballers uit respectievelijk Rotterdam en Dordrecht kwamen in 1955, net als Coen Moulijn, bij Feyenoord voetballen en werden, gedrieën, door hun formidabele spel binnen de kortste

keren razend populair bij het alsmaar in sneltrein-vaart groeiende Legioen. Meteen raakte de drie ook zeer hecht bevriend. En bleven dat totdat Cor nog als laatste overbleef.

Schouten kon gelukkig nog wel ‘zijn’ special uitgereikt krijgen voordat hij overleed. Hetzelfde gold voor van der Gijp, dit jaar wordt de voormalige super-spits 89 jaar. Hij is nog steeds de meest scorende Feyenoord-spits van na de 2de wereld-oorlog. En vrijwel altijd was dat op aangeven van zijn maatjes ‘op links’ en ‘op rechts’. Coen en Henk uiteraard (want Schouten stond dus rechtsbuiten. Dit even ter volledigheid). Wie het boek van de door mij bewonderde senior-journalist Jan D. Swart (ooit ook het voorbeeld voor Michel van Egmond en Johan Derksen) leest, getiteld “ Kraan en de donderstenen van Feyenoord “(eerder door mij

behandeld) maar ook alle andere schrijfsels over de Feyenoord-geschiedenis er op na slaat weet dat de drie boezemvrienden ook echte grappenmakers waren. Met name Schouten en van der Gijp konden hierin behoorlijk ver gaan. Moulijn was iets meer timide als het daar op aan kwam maar kon vervolgens wel ‘in een deuk leggen’ , zoals dat in goed Rotterdams heet, om de streken en fratsen van zijn twee kompanen.

 

Was van der Gijp de meest scorende spits na 1945 voor de Kuip-bewoners (hoewel Kindvall’s gemiddelde in zijn vijf Eredivisie-seizoenen in De Kuip hoger lag), Schouten heeft nog steeds een ander record in handen. En dat is weer gevestigd als onderdeel van een ander, zelfs Eredivisie-record. In het seizoen 1955-’56, het eerste volledige voor dus zowel Schouten als Moulijn en van der Gijp in Feyenoorddienst, scoorde Henk in de thuiswedstrijd tegen De Volewijckers uit Amsterdam (toen uit die stad ook nog Blauw-wit en natuurlijk Ajax in de Eredivisie speelden) maar liefst negen doelpunten in een ‘clash’ waarin Feyenoord maar liefst 11 keer het net vond tegen 4 tegendoelpunten. Nog steeds staat die wedstrijd te boek als de overwinning met de meeste doelpunten vóór in s’ lands hoogste voetbal-competitie. Dus wijlen Schouten heeft nog steeds dat unieke resultaat in de boeken maar ook Feyenoord! Moulijn kon helaas niet bogen op zulke doelpunten-records maar was gedurende zijn periode in Feyenoord 1 wel onbetwist de nummer één als het de linksbuiten-positie betrof. Welke trainer er ook voor de groep stond, (bijna) altijd werd Moulijn opgesteld. En dat 17 seizoenen lang! Eerlijkheidshalve dient wel te worden vermeldt dat Coen de laatste anderhalf jaar, als gevolg van een zwaar auto-ongeluk, niet veel meer in actie kwam. Maar al die jaren had hij de club trouw gediend en ook de twee grootste successen van de club actief meegemaakt. U weet waar ik op doel, de Europa-cup 1 en Wereldbeker in 1970. Drie oer-Feyenoorders, drie van de beste spelers ooit uit de rijke 

geschiedenis van de club. Ze zullen altijd onvergetelijk zijn en in de herinnering blijven van zij die hen hebben meegemaakt op, rond en naast het heilige groen van het Feyenoord-stadion.

 

Nu heb ik het eigenlijk nauwelijks gehad over de hoofdpersoon van de meest recente special van FSV De Feijenoorder, Joszef Kiprich! De Hongaar die in zes jaar tijd mateloos populair werd door zijn gedrag, lichaamstaal maar zeker ook prestaties en voor altijd een held blijft van Het Legioen. Volgende week zal ik vast en zeker het ook over hem gaan hebben. Beloofd! 

 

Tot de volgende keer!

Geschreven door Peter van Herp.