Peets (Eredi)Visie

Wat valt er nog te zeggen over een Eredivisie-loos weekend? Nou genoeg blijkbaar! Want uiteraard werd er ondanks het interlandvoetbal (Nederland is geplaatst voor het EK van volgend jaar, maar dat wist u waarschijnlijk allang) toch nog gevoetbald en wel in de KeukenKampioen-divisie. 

Rechtvaardigen de uitslagen van FC Dordrecht tegen Roda JC en Den Bosch tegen Excelsior een lange uiteenzetting? Of het vertoonde spel? Niet echt. De wedstrijd van FC Dordrecht eindigde in een teleurstellende 1-1. Verder gebeurde er aldaar weinig opzienbarends.

 

Bij FC Den Bosch tegen Excelsior lag dat toch iets anders. Hoewel de uitslag van 3-3 op zich niet heel bijzonder is, was het jammer dat de Kralingers de winst niet konden behalen. Steeds opnieuw kwam het elftal van Ricardo Moniz op voorsprong en steeds kwamen de Brabanders op gelijke hoogte. Het één en ander zal zeker te maken hebben gehad met de verziekte sfeer tijdens de wedstrijd. In de 28ste minuut werd het spel stilgelegd en vertrokken de spelers van Excelsior naar de kleedkamers. Dit omdat Excelsior-speler Mendes Moreira zich racistisch bejegend voelde door een deel van de aanhang van FC Den Bosch. Dit uitte zich, volgens hemzelf, door oerwoud, dan wel aap-geluiden. Moreira raakte hier, duidelijk zichtbaar, door geëmotioneerd.

 

Nu zijn we vandaag ook wel erg overgevoelig geworden voor elk ding (uitspraak, gebaar, houding) wat ook maar zou kunnen hinten naar racisme, maar het blijft wanstaltig. De uitspraak via de officiële kanalen van de Bosschenaren dat het ging om kraaien-geluiden in plaats van apen- dan wel oerwoudgeluiden en het feit dat FC Den Bosch-trainer Erik van der Ven Moriera na de wedstrijd ‘een zielig mannetje’ noemde, is natuurlijk volslagen ongepast en ronduit belachelijk. Je slaat daarmee in de (sociale) media een grotesk figuur. Dat van der Ven nu zegt bedreigd te worden en ook nog opmerkte dat zijn uitspraak (‘zielig mannetje’) de provocerende houding van Moreira betrof na zijn doelpunt in de 44ste minuut doet de reputatie van de club en zijn trainer uiteraard geen goed. 

 

Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken, dat er vandaag de dag uiterst overspannen wordt gereageerd. Echt racisme kan en mag je nooit tolereren uiteraard. Maar waar ligt de scheidslijn tussen typisch niet-representatief supportersgedrag en echt kwetsende en bedreigende uitingen van racisme? Een voorbeeld: Toen Ruud Gullit tussen 1982 en 1985 voor Feyenoord speelde werd hij in korte tijd één van de absolute helden van Het Legioen. Na zijn overstap naar PSV in ’85 kreeg hij tijdens de eerstvolgende wedstrijd tussen de Rotterdammers’ van Zuid’ en de Eindhovenaren vanuit enkele Feyenoord-vakken bananen (schillen) naar zich toe gegooid. Gegooid door hoogstwaarschijnlijk een zeer kleine groep of zelfs een enkeling. Twee seizoenen daarvoor werd hij luid bejubeld en letterlijk op handen gedragen na het behaalde kampioenschap met o.a de bepalende Johan Cruijf aan zijn zijde. Niet representatief dus. Zo ben je de held en de volgende keer ‘de vijand’. Hoewel Gullit het, logischerwijs, als zeer onaangenaam zal hebben ervaren, reageerde hij naderhand uiterst koel en uiterlijk onbewogen.

Nu staat Gullit, zeker binnen de voetbalwereld, al sinds het begin van zijn carrière te boek als een uiterst sterke en zelfverzekerde persoonlijkheid, dus hij kon er goed mee om gaan maar niet iedereen is hetzelfde uiteraard. En in het voetbal regeert vaak de waan en emotie van de dag. Één van de ‘bananen’-gooiers reageerde jaren later als volgt: “Natuurlijk was het onacceptabel wat we deden, maar we wilden Ruud alleen laten merken dat wij zijn overstap niet pruimden en dan zoek je iemands zwakke plek op, in zijn geval zijn huiskleur. Domme actie van onze kant uiteraard en zeker verwerpelijk, maar nooit daadwerkelijk racistisch bedoeld.“ Criticasters destijds reageerden op deze verklaring met het commentaar dat Gullit voor de supporters dus ‘een goede neger was, zolang hij hun neger was’. Tja, ook voor die stelling valt natuurlijk wat te zeggen. Het moet niet uit maken voor welke (rivaliserende) club je speelt. Huidskleur mag nooit, positief of negatief, een bepalende rol spelen. Het moet altijd om iemands kwaliteiten als mens gaan. In zowel sociaal als professioneel opzicht. 

 

Tweede voorbeeld (ik houd het kort): Toen Feyenoord ettelijke jaren geleden een Europacup wedstrijd speelde, werd er twee keer door Feyenoord-supporters een opblaasbanaan langs het veld gegooid. De donkere spelers van de tegenstander van die avond repten meteen van racisme en dienden een klacht in bij de Uefa. Hoewel de club èn supporters verkondigden dat dit slechts een reclame-uiting was van de sponsor en dit later ook via onderzoek werd bewezen, was het kwaad natuurlijk al geschied en kreeg Feyenoords reputatie, ditmaal onterecht, weer een fikse deuk. Ook hierbij kun je dus stellen dat het gevoel van politieke correctheid de waan van het moment regeerde. 

 

Wanneer er kwetsende leuzen of racistische symbolen als hakenkruizen op deuren of ramen en dergelijke worden gekalkt, of mensen via post, e-mail of sociale media (Facebook, Twitter) afbeeldingen van bijvoorbeeld lynchpartijen uit de tijd van de slavernij krijgen toegestuurd, wordt het natuurlijk een heel andere kwestie. Vooralsnog zijn er, zolang ik mij kan heugen, nog niet zulke extreme situaties voorgekomen in het Nederlandse voetbal. In de betaalde of amateurtak. Er is in ieder geval nooit echt melding van gemaakt in de pers. In het buitenland ligt dat, helaas, anders. Er zijn inmiddels al, teveel, gevallen bekend van supporters van met name Atletico Madrid in Spanje en Inter Milaan in Italië die donkere spelers, zelfs van hun eigen club, zeer regelmatig racistisch benaderen in woord en daad. Dat dit vooralsnog niet of nauwelijks is voorgekomen in ons land is positief te noemen. En laten we daar met z’n allen waakzaam op blijven. Maar laat ook, en vooral, hysterie niet ons voetballeven regeren. Er moet altijd plaats blijven voor nuance.

 

Tot de volgende keer beste lezers! 

Peter van Herp.