Peets (Eredi)Visie - column 32 - 22 juni 2020.

Wim Jansen. Kent u die naam? W-i-m J-a-n-s-e-n. Een gewone Hollandse naam. Duizenden Nederlandse mannen dragen ‘m. Niets bijzonders. Maar voor voetbal-liefhebbers in het ganse land meer dan alleen iets wat je in het telefoonboek kan vinden onder de J. Een grootheid als speler. Onopvallend opvallend. Zo kun je de middenvelder uit Feyenoords gouden jaren het best omschrijven. Een sobere speelstijl die ging om pure functionaliteit. Maar oh zo belangrijk. Een voortreffelijke techniek die gepaard ging met groot tactisch inzicht. En deze man werd halverwege het seizoen 1990-’91 de nieuwe hoofdtrainer van Feyenoord. Zijn Feyenoord.

 

Wim Jansen debuteerde in 1965 in het eerste van de club van Puck van Heel en Coen Moulijn. Net als de laatstgenoemde kleine, grote man op de linksbuiten-positie werd Jansen geboren in het Oude Noorden in Rotterdam. In 1946. De kleine Wim werd al gauw idolaat van het voetbal-spel. In de volkswijk werd volop op straat gespeeld en net als veel kleine jongetjes ‘was’ Wim dan een door hem een gekozen held. Voor Wim was dat een wijkgenoot, de eerder genoemde Coen Moulijn. Coenraad Moulijn werd Wims grote idool. Toen Wim negen jaar was debuteerde Moulijn in het eerste van Feyenoord. De club uit Rotterdam…..Zuid!

 

In die jaren was het echt nog heel iets bijzonders dat ’Noorderlingen’ daar gingen spelen. En Wim meldde zich dus ook aan om in de jeugd van de club van zijn favoriet te gaan spelen. Om in die tijd te dromen om ooit in dat enorme stadion aan de Maas voor tienduizenden mensen zijn kunsten te mogen vertonen. Aldus geschiedde! Op zijn 19de speelde Wim zijn eerste wedstrijd voor de hoofdmacht van de eerste Nederlandse club die het tot de halve finale van de EC 1 (in 1963) bracht. En waarin de man, die hij in de Bloklandstraat weleens tijdens partijtjes met vriendjes voor de lol mocht aanspelen als hij toevallig langs liep, de pannen van het dak speelde. En nu op zijn 19de speelde hij op het veld van die gigantische, uitverkochte Kuip naast zijn grote idool! En zou gedurende 15 jaar een vaste, betrouwbare kracht zijn in dat mooie verticaal gebaande rood-witte shirt met de gouden F (ook soms zwart overigens). Waar kom je zulk club-gevoel vandaag de dag nog tegen!?

 

In die 15 jaar kende Wim grote successen. Vooral in de eerste negen. Drie landstitels, één nationale beker, een Uefa-cup en uiteraard, in 1970, De Europa-cup voor landskampioenen en de Wereldbeker (voor clubteams). In dat seizoen, 1969-’70, beleefde Wim zijn misschien wel persoonlijk mooiste moment uit z’n carrière. In de tweede ronde in het toernooi troffen de Feyenoorders de Europees èn wereldkampioen van dat moment, AC Milan (Of Milaan, zo u wilt). De club die in de finale van een seizoen eerder Ajax nog zo simpel met 4-1 opzij had gezet (ondanks Cruijff en Keizer) leek schier onverslaanbaar. Maar niets bleek minder waar. Na eerst in de uitwedstrijd in het San Siro-stadion (Dat stadion waar dus later de kroon op het seizoen werd gezet) een slechts 1-0 verlies werd geïncasseerd, hadden de Rotterdammers thuis in De Kuip alle kans om door te gaan in het toernooi. U kent het vervolg neem ik aan. Feyenoord versloeg de club van Nestor Combin en Fabio Cudicini via twee fantastische goals. De beslissende was een schitterende kopbal van Willem “De Kromme” van Hanegem op perfect aangeven van Coen Moulijn. En de eerste was van Wim. Langs de rechter-zijlijn snelde Jansen richting het strafschop-gebied en schoot met een prachtig diagonaal schot raak in de linkerbovenhoek van het doel van “De Spin“, zoals keeper Cudicini genoemd werd. Wie de t.v-beelden heeft gezien herinnert zich een totaal uitzinnig verbaasde Herman Kuiphof, de beroemdste t.v-voetbalcommentator uit die jaren. En natuurlijk een Kuip die uit elkaar barst van ontlading en vreugde.

 

Wie overigens de hele wedstrijd nog eens goed analyseert komt tot de ontdekking hoe sterk de ploeg van trainer Ernst Happel domineerde in eigen huis. Het was na deze wedstrijd dat de voltallige selectie en trainer(s) een enorm versterkt vertrouwen kreeg en in de overtuiging kwam dat ze de cup weleens konden gaan winnen! Aldus geschiedde op die gedenkwaardige zesde dag van mei 1970. En dat begon dus eigenlijk echt met die schitterende goals op 26 november 1969 in De Kuip van Grote Willem (van Hanegem) en dus ‘stille’ Wim. De man die bijna onzichtbaar onmisbaar was geworden in het elftal met al die andere ‘klasbakken’ als Amsterdammer Rinus Israel, Zweed Ove Kindvall, Oostenrijker Franz Hasil, Theo Laseroms uit Roosendaal, Eddy PG en dus ook nog steeds mede-‘noorderling’ Coen Moulijn.

 

In 1971 werd Wim met Feyenoord kampioen in het hol van de leeuw, in Amsterdam tegen Ajax. Niet in ‘De Meer’ maar in het Olympisch Stadion. Met Ajax-trainer Michels aan de zijlijn met wie Jansen later nog een prachtige tijd zou beleven in de zomer van 1974. Want na weer een officieuze ‘dubbel’ in het seizoen 1973-’74 (de landstitel en de Uefa-cup. Andere dubbels waren er in 1969, landstitel en KNVB-beker, en weer een officieuze in het seizoen 1970-’71, de landstitel dus en natuurlijk de wereldbeker) speelde ‘Oranje’ in (toen nog West-)Duitsland om de wereldtitel. Met als bondscoach Michels. En hoewel Wims positie ook toen onbetwistbaar was en altijd als basis-speler werd opgesteld, heeft hij ook mindere momenten beleefd. In de finale  tegen het gastland vloerde hij op een gegeven moment een tegenspeler (wie is mij even ontschoten. Is ook niet relevant dunkt mij) en via een strafschop werd het toen 1-1. Overigens heeft Wim altijd volgehouden dat de desbetreffende speler zich bewust liet vallen na een, volgens Wim, spel-technisch correcte sliding van zijn kant. Hoe het ook zij, de wedstrijd, zoals u ongetwijfeld weet, werd verloren met 2-1 (neergehaalde Cruijf in het strafschopgebied, snoeihard binnengeschoten strafschop van Johan Neeskens en uiteindelijk via een lullig houdbaar rolletje in de linkerhoek van het doel de winst voor de ploeg van trainer Helmut Schön). Maar ondanks dat ongelukkige moment in die wedstrijd (wat hem overigens door niemand werd nagedragen) om uiteindelijk met lege handen huiswaarts te moeten keren had hij, die straatjongen uit Rotterdam-noord, weer een hoogtepunt in zijn spelers-loopbaan bereikt. In 1978 lukte hem dat weer toen Oranje opnieuw de WK-finale haalde. En helaas opnieuw verloor van het gastland, ditmaal Argentinië.

 

Hierna diende het zoveelste seizoen (het tiende volledige!) in dienst van ‘zijn’ club zich alweer aan. In de jaren vanaf seizoen 1974-’75 tot aan 1980 (halverwege het seizoen 1979-’80 vertrok hij na de winterstop) won hij met Feyenoord geen prijzen meer en was hij fel kritisch op het gevoerde beleid van de club. Die kritische instelling zou hij altijd blijven houden. In begin 1980 vertrok hij, net als behoorlijk wat spelers vóór hem naar de VS. Alwaar hij ging voetballen in Washington bij de club Washington Diplomats. Daar kwam hij een oude bekende tegen. Ooit zijn tegenstander toen deze triomfen vierde in het 1ste van Ajax. In 1974 tijdens dat, hier eerder gememoreerde, zo gloedvolle WK zijn ploegmaat in Oranje. Ik heb het dan over Johan Cruijff. Maar het was pas hier, bij deze club in Amerika off all places, dat de twee elkaar echt leerden kennen en er een vriendschap ontstond die zou duren tot het tragisch overlijden van de legendarische ’nr 14’ in 2016. Wim Jansen, hoewel opgegroeid in een echte Rotterdamse volkswijk met toch ook veel armoede en dus gehard door het leven toch een wat schuchtere persoonlijkheid (vandaar zijn bijnaam, ’stille’ Wim, of Willem) en dan de één jaar jongere branie-achtige, verbaal drukke Johan Cruijff. Een aparte combinatie misschien maar het klikte vrijwel meteen. Ze vulden qua persoonlijkheid elkaar juist perfect aan en, heel belangrijk hierin, ze deelden een vrijwel identieke visie over en op voetbal.

 

Toen Cruijff in 1981 (iets na het begin van het seizoen 1980-’81’) terugkeerde bij Ajax had hij Wim al gevraagd om ook bij Ajax te komen voetballen. Een oer-Feyenoorder als Wim in het verticaal gestreepte wit-rood-wit! Een schok ging door met name alles wat Feyenoord was heen! ‘Onze’ Wim bij de aartsrivaal! Tijdens Feyenoord-Ajax van december 1980 kreeg Wim dan iets mee van hoeveel pijn het deed bij veel supporters van ‘zijn’ club. Nog voor aanvang van de wedstrijd kreeg Wim een sneeuwbal, naar het later bleek meer een ijsbal, op zijn linker-oog. Hierdoor moest hij meteen van het veld af en behandeld worden. Hoewel hij toch verder wilde en ook ging spelen, ging het op gegeven moment echt niet meer en was de wedstrijd voor hem afgelopen. De rentree in de Kuip was dus geen succes. En hoewel hij natuurlijk voor de aartsrivaal speelde had hij de ontvangst bij zijn oude club toch anders verwacht. Jaren later zou de inmiddels allang volwassen, maar toen 12-jarige gooier, toegeven dat hij hoe dan ook een Ajacied wilde treffen. Dat dit dan toevallig Wim Jansen was lijkt nu haast symbolisch. Alsof de goden bepalen dat je die vorm van ‘verraad’ nooit mag plegen. Natuurlijk hoogdravend gesteld van mij, maar vergun mij dit poëtische gefilosofeer over het hoe en waarom Wim dit overkwam. Maar niettemin zou Wim gewoon bij Ajax blijven voetballen en werd in zijn tweede seizoen in Amsterdam, samen met JC maar ook bijvoorbeeld Wim Kieft, Soren Lerby, Frank Rijkaard en een net beginnende Marco van Basten, voor de vierde keer in zijn spelers-carrière landskampioen in Nederland. En hoewel een man als Rijkaard het uiteraard fantastisch vond om met club-legende Cruijff samen te spelen heeft hij jaren later regelmatig erkend hoeveel hij had aan de coaching van de door de wol geverfde top-speler die Jansen uiteraard nog steeds was. Hierna stopte Wim definitief met voetballen

en richtte hij zich op zijn trainers-carrière. En hoe zich dat ontwikkelde, daar ga ik het volgende keer over hebben.

 

Hoewel ik de insteek had het weer over spelers te hebben die bij hun oude club ook trainer zijn geworden is het uiteindelijk uitgemond in een verhaal over alleen Wim Jansen.

Ik maak in mijn aankomende column eerst dat verhaal af en dan komen de andere namen wel weer aan bod. Misschien nog wel in dezelfde column. Dus tot de volgende keer! 

 

Geschreven door Peter van Herp