Peet's (Eredi)Visie - column 33 - 29 juni 2020.

Wim Jansen was als voetballer van absolute wereldklasse. Daar zijn vele kenners het over eens. Hij ‘zag’ het spelletje als geen ander. Kon een wedstrijd lezen, zoals dat heet in voetbaljargon. Het was dus een kwestie van tijd dat hij zich richting het trainers-vak zou bewegen. Aldus geschiedde.

 

Maar voordat hij het 1ste team van een voetbal-club onder zijn hoede zou nemen volgde er eerst nog een aantal andere fases in zijn carrière. Zo keerde hij weer terug bij Feyenoord om daar jeugdtrainer te worden. Na dit een aantal jaren te hebben gedaan voegde hij zich bij Dick Advocaat om in de functie van assistent-trainer bij fusie-club SVV/Dordrecht ’90 aan te slag te gaan. Assistent-trainer? hoor ik u denken.

Terwijl hij zo geprezen werd om zijn tactisch inzicht en ook technisch zo veel beter was geweest als speler dan de Hagenaar. En zijn voetbal-loopbaan zoveel indrukwekkender was dan die van de oud-speler van o.a. ADO den Haag en Sparta. Allemaal waar maar zij die ‘stille’ Wim kennen weten dat zijn wegen ondoorgrondelijk, onvoorspelbaar en volkomen eigengereid zijn. De man uit Rotterdam-noord handelt niet volgens de geijkte patronen. Wim doet simpelweg datgene wat voor hem goed voelt op een bepaald moment. En dus nam hij naast ‘De kleine generaal’ een positie in met een dienende rol. Het ging gewoon om ervaring op te doen. En wat dan hierna de volgende stap zou zijn in zijn loopbaan, daar maakte de oer-Feyenoorder zich geen moment druk om.

 

En dus kwam de volgende stap in ’s mans trainers-loopbaan als een verrassing. En toch ook weer niet. Want dat hij uiteindelijk weer iets zou gaan doen bij ‘zijn’ club, dat leek in de sterren geschreven. Dus toen de, op dat moment, hevig zwalkende stadion-club bij Wim aanklopte om de rood-witten uit ‘Zuid’ van de sportieve ondergang te redden nam hij deze klus onmiddellijk aan. Nou ja, onmiddellijk. Wim had toch nog wel wat eisen voordat hij zijn werk zou beginnen. Zo bedong hij de volledige eindverantwoordelijkheid voor het leiden van Feyenoord’s hoofdmacht. De totale wanorde in beleid van de afgelopen jaren waarbij allerlei mannetjes bij de club zich als ware potentaten gedroegen en zich ‘king of the hill’ waanden had ervoor gezorgd dat het ook rondom het 1ste elftal een heuse chaos was geworden. Daar moest met onmiddellijke ingang een einde aan komen. Dat was Wim’s absolute voorwaarde anders zou hij er niet eens aan beginnen! En hoewel Jorien van den Herik nog niet officieel de baas was in De Kuip (in naam was Amandus Lundqvist nog steeds voorzitter maar als mede-verantwoordelijke pion in het HCS-debacle wat de club aan de rand van de afgrond had gebracht was diens rol praktisch uitgespeeld en al min of meerop weg naar de uitgang) had hij op dermate wijze al de touwtjes in handen genomen dat hij Wim kon verzekeren dat aan zijn voorwaarden zouden worden voldaan.

 

Met dit gegeven vertrouwen ging Wim vervolgens voortvarend aan de slag. En hoewel het seizoen 1990-’91 qua Eredivisie al bijna als verloren kon worden beschouwd zag Wim dat er nog zeker kansen lagen in het beker-toernooi. Met als heroïsch hoogtepunt de halve finale tegen PSV werd aan het eind van de rit, onder Wim's bezielende leiding dan ook de KNVB-beker gewonnen door in de finale in De Kuip (in 1989 min of meer definitief verkozen als locatie voor de finale) FC Den Bosch te verslaan. De Feyenoord-supporters reageerden bij de voorsprong zo overenthousiast dat ze keer op keer het veld op probeerden te komen. Wie er destijds in het stadion bij was of het op t.v. heeft gezien kan zich de beelden nog wel herinneren. Wim Jansen die briesend steeds opnieuw uit de dug-out kwam om de supporters terug achter de hekken te jagen! En die dat dan, vanwege het diepe respect wat men had voor de club-icoon, ook steeds braaf deden! Maar uiteindelijk kon men toch de winst vieren en volgde er na jaren (voor het eerst sinds de ‘dubbel’ met Cruijff in 1984) weer eens een mooie huldiging op het bordes (balkon) van het Rotterdamse stadhuis op de Coolsingel.

 

Na dit succes maakte Wim weer een switch in zijn carrière. Dat wil zeggen, hij schoof door in de bestuur-organisatie van de club en werd technisch directeur. Maar dat is logisch, zoals wijlen Wim’s grote vriend Johan Cruijff altijd placht te zeggen. Wim had tenslotte ook al volledig autonomie betreffende het trainen en de te kopen spelers bedongen. En nu werd dat dus via een officiële functie bekrachtigd. In de hoedanigheid van TD was zijn eerste klus het aantrekken van een nieuwe trainer. Achteraf bezien zou je kunnen stellen dat de keuze niet helemaal goed is uitgepakt. Alhoewel onder Hans Dorjee het elftal weer de weg naar boven vond in de Eredivisie en de resultaten dus zeer tevreden stemden begon Dorjee zich negatief te manifesteren in de media. Dit omdat hij  openlijk aangaf eigenlijk wel het TD-schap in Rotterdam-zuid te ambiëren. Dit was natuurlijk een negatief signaal naar zijn meerderen bij de club en met name richting de man die hem nota bene de kans had gegeven om zo’n grote club als Feyenoord te mogen trainen. Wim dus. De poging om een daadwerkelijke ‘coup’ te kunnen plegen middels eventuele kringen binnen de club die er ook zo over konden denken en hier wel oren naar zouden hebben werd vrijwel meteen verijdeld want Dorjee werd met onmiddellijke ingang op non-actief gesteld. Na een vruchteloos onderhoud en daarbij dito poging van Dorjee om duidelijk te maken dat hij het niet zo had bedoeld werd Dorjee ontslagen. Het nog lopende seizoen 1991-’92 werd daarop afgemaakt met een andere interim-trainer op de bank. Wie? Wim zelf! Hij had uiteindelijk besloten om voor die nog relatief korte resterende periode de klus zelf maar weer af te maken. Wat resulteerde in een zeer respectabele derde plek in de Eredivisie en een tweede achtereenvolgende bekerfinale en winst!

 

Wim had het TD-schap blijkbaar in de vingers, zogezegd, want zijn keuze voor de nieuwe hoofdtrainer bleek een schot in de roos. Zijn oude kompaan op Feyenoord’s middenveld eind jaren zestig tot midden jaren zeventig, Willem van Hanegem, werd de nieuwe man betreffende Feyenoord’s 1ste elftal. En dat genereerde in dat eerste seizoen meteen succes. Feyenoord werd, voor het eerst sinds het Cruijff-seizoen (ik heb het hierboven al eerder gememoreerd) 1983-’84, in 1993 weer landskampioen. Maar ondanks dat Wim’s voetbalvisie dichtbij Willem’s kijk op het spel veel overeenkomsten bevatte voorzag Wim problemen als ‘De Kromme’ zou aanblijven als trainer. Willem stond veel te dicht bij zijn spelers vond Wim. Het feit bijvoorbeeld dat bepaalde jongens als met name gangmaker Robbie Witschge en natuurlijk leider John de Wolf één van Neerlands beste voetballers aller tijden gewoon tutoyeerde was volgens de TD ‘not done’. Een prettige, vriendelijke omgang met de spelers is één ding, je bijna als een vriend temidden van je spelers begeven, dat was een stap te ver, aldus Wim. Dit kon gaan uitmonden in een gebrekkige discipline met alle gevolgen van dien, zo was zijn overtuiging. Het één en ander  resulteerde uiteindelijk in een patstelling met het bestuur, en met name met (inmiddels) voorzitter van den Herik die vond dat ondanks Willem’s wat ongewone omgang met zijn spelers deze wel naar behoren functioneerde. Willem kon dus blijven. En Wim, die dus van plan was na dat zo mooie kampioensseizoen afscheid te nemen van ‘De Kromme’ als hoofdtrainer zag dit als een motie van wantrouwen, als een duidelijk gebrek aan vertrouwen in zijn functioneren als TD en besloot dan ook op te stappen. Voor de derde keer in zijn loopbaan ging Wim dus van ‘huis’ weg om weer ‘op zichzelf te gaan’ zogezegd. Dat Wim later gelijk kreeg doordat enkele spelers zich tegen van Hanegem keerden vanwege zijn te harde en cynische aanpak (hierbij komt meteen de situatie rondom Rinus Israel jaren daarvoor in herinnering, weet u nog?) en gingen ‘muiten’ en de discipline inderdaad ver te zoeken was om uiteindelijk te resulteren in Willem’s ontslag toont het gelijk van Wim eens te meer aan.

 

Niet lang daarna kreeg Wim van een andere voetbal-vriend, mede-Rotterdammer (maar dan afkomstig ‘van Zuid’) Leo Beenhakker het aanbod om met hem mee te gaan naar Saoedi-Arabië en daar als diens assistent te gaan werken. Een aanbod wat Wim, die even helemaal weg wilde uit het soms toch ook benauwde Nederlandse voetbal-wereldje, met veel plezier aanpakte. Een man met zijn ambities die in zo’n niet aansprekende, nauwelijks niveau bezittende competitie gaat werken!?? 

Heb ik al gezegd dat Wim Jansen’s wegen vaak totaal ondoorgrondelijk zijn en gespeend van elke vorm van voorspelbaarheid? Ja dus. Dus ook deze keuze werd weer ingegeven door het gevoel. En dus niet bepaald door berekening. Na een korte periode in het midden-oosten te hebben vertoefd keerden de Rotterdamse voetbal-vrienden weer huiswaarts. Voor Leo was dat toentertijd Tienhoven (inmiddels woont hij weer in Rotterdam) En Wim betrok weer zijn huis (samen met echtgenote-voor-het-leven Coby) in Hendrik-Ido-Ambacht. Om niet lang hierna weer een nieuwe uitdaging aan te nemen. In de Schotse Premier League. Bij……Celtic!

 

De beleidsbepalers van de club uit Glasgow (aartsrivaal van de Rangers uit dezelfde stad) waren hem sinds die historische zesde mei in 1970 in Milaan blijkbaar nog lang niet vergeten! En hadden zijn prestaties bij met name Feyenoord op waarde geschat en gezien wat zijn kwaliteiten waren. Met veel motivatie ging Wim aan de slag en werd door zijn no nonsense houding en resultaten met het 1ste binnen de kortste keren razend populair. En na de behaalde landstitel zowat heilig verklaard in de voetbalgekke stad. In ieder geval bij de groen-witten uiteraard. En ook voelde Wim hoe groot de rivaliteit was tussen de twee grootste clubs van het land. En hoever dat soms kan gaan. Dat de strijd der religies daar ook een niet te onderschatten rol in speelt moge duidelijk zijn. Het mag er in Schotland dan doorgaans, godzijdank, niet zo enorm heftig aan toe gaan als in Ierland, of met name Noord-Ierland, maar ook in Glasgow kan het er soms behoorlijk verhit raken tussen de katholieken en de protestanten! Gelukkig trok Wim, nuchtere Hollander èn Rotterdammer die hij is, zich hier niet al te veel van aan en deed gedegen zijn werk.  

Toch ook hier kwam het moment dat Wim’s visie botste met die van het bestuur. En net zoals altijd trok hij hieruit weer zijn conclusies en vertrok bij de EC 1-winnaar van 1967(2-1 gewonnen finale tegen Inter uit Milaan). Maar Wim bleef niet lang stilzitten. In 2006 keerde hij terug……bij Feyenoord!

 

Het was Jorien van den Herik die zijn voormalige TD overhaalde om weer bij de club te gaan werken. Of hij zich zou willen bezig houden met de herstructurering van de jeugd-opleiding? Wim moest hier even over nadenken. Van den Herik en hij hadden elkaar min of meer toevallig ontmoet bij een jeugd-toernooi ergens in het Rotterdamse. En jeugdvoetbal was en is sinds jaar en dag Wim’s grote passie. Het is de kraamkamer voor alle eventueel toekomstige vedetten in het nationale en internationale prof-voetbal, aldus de mening en rotsvaste overtuiging van het voetbal-icoon. Iets wat hij in alle opzichten deelde met zijn grote vriend Johan Cruijff. De twee konden dan ook uren ‘bomen’ over dit onderwerp. Iets waarover ze dan ook spraken in één van de spaarzame dubbel-interviews voor De Telegraaf, enkele jaren voor JC’s overlijden. Daarin nam, enigszins voorspelbaar, Cruijff natuurlijk het voortouw maar als Wim dan sprak hield de verbaal drukke Betondorper vol ontzag en bewondering voor zijn Rotterdamse vriend af en toe zijn mond. Maar meestal vulden ze in dit interview elkaar mooi aan en merkte je als lezer dat de twee bijna in alles wat voetbal betreft dezelfde opvattingen, denkbeelden en visies deelden. Een plezier om te lezen. Wat ik destijds dan ook heb gedaan! Als je het nog ergens kunt vinden, een absolute ‘must’ om te lezen voor elke meer dan gemiddeld voetbal-geïnteresseerde.

 

Terug naar het aanbod van van den Herik. Hoewel het contact tussen de twee bij het vertrek van Wim bij Feyenoord niet al te plezierig werd verbroken bleek er nog genoeg wederzijds respect te bestaan. Na een korte bedenktijd nam Wim dan ook de job aan en keerde dus voor de derde keer terug bij zijn club. ‘Zijn’ Feyenoord. En is er tot op de dag van vandaag werkzaam als grote man achter de schermen (Wim gruwelt van onnodige publiciteit rondom zijn persoon). Laten we hopen dat, als zijn gezondheid het toelaat (dit jaar ook alweer 74!), hij dit nog lang mag en zal blijven doen!

 

En dit, beste lezers, was mijn laatste column.  

Voor de zomerstop.

 

Begin Augustus pak ik mijn schrijverijen over voetbal weer op. De verhalen over voetballers die bij hun oude club als trainer, met of zonder succes, terugkeerden is er dus weer bij ingeschoten. Ik hoop hier bij aanvang van het nieuwe seizoen toch een vervolg aan te geven. Ik beloof nog maar even niets maar de intentie is er wel! Voor nu wens ik u een prettige en mooie zomer. Tot later!

 

 

Geschreven door Peter van Herp