Peet's (Eredi)Visie - Column 20 - 30 maart 2020.

We missen het voetbal. We missen het om er op te kunnen kankeren, vloeken, tieren. Erover te kunnen jubelen, ervoor te kunnen juichen. Van blijdschap te kunnen janken over een behaald kampioenschap, een gewonnen cup. Om er over te foeteren bij (onnodig) verlies. We missen het om met onze kameraden te kunnen spelen. In eigen team of soms ook bij de tegenstander. Om naderhand met vrienden, met wie je gewonnen hebt, of ook die je overwonnen hebt, naderhand in de kantine of het café het glas te kunnen heffen en elkaar op de schouders te kunnen slaan. Kortom, we missen het. Wat dient ter vervanging?

 

Ik pak dan de literatuur ter hand. Of kijk een mooie documentaire. Jazeker, die zijn er genoeg. Ook over de ‘belangrijkste bijzaak ter wereld’. Oké, het blijft misschien surrogaat, maar je moet toch wat om je passie

te kunnen bevredigen. Ik noem hier wat voorbeelden en voor deze keer ga ik ook buiten de regio-grenzen, of zelfs landsgrenzen. Vorige week begon ik hiermee, nu het vervolg.

 

Om met literatuur te beginnen: Er is bijna geen boeiender verteller over voetbal dan veteraan-journalist Jan D. Swart. De Rotterdamse zeventiger heeft, nadat hij jarenlang voor de Haagse Post had gewerkt, ook nog een periode aan de zijde gestaan van Jorien van den Herik en werd ook wel geregeld diens ‘geweten’ genoemd. De voormalig Feyenoord-voorzitter werd vaak verweten als een alleenheerser te werk te gaan en zijn club te leiden als een dictator. Maar de waarheid is dat hij zich vaak verliet op de mening van Swart en blindelings vertrouwde op de know-how van de journalist betreffende de algehele Rotterdamse voetbal-cultuur. Swart runde in de jaren 1990 ook nog een periode de Feyenoord-krant als eindredacteur en fungeerde in zijn column die hierin een plek had vaak als spreekbuis van van den Herik om zodoende diens beleid naar het publiek te vertalen. Daardoor werd hem dan nogal eens partijdigheid verweten. Wat nogal raar is want de Feyenoord-krant was, anders als bijvoorbeeld Hand in Hand, een media-orgaan van de club zelf. Terwijl het eerder genoemde Hand in Hand het officiële club-blad is van de supporters-vereniging van Feyenoord en als zodanig uiteraard een meer kritische noot kan kraken, iets wat ze dan ook geregeld doen. Maar genoeg daarover, dat is misschien voor een andere keer.

 

Als ras-schrijver en voetbalkenner heeft Swart een aantal interessante, onderhoudende en ook amusante boeken op zijn naam staan. Ik noem er twee. Als eerste “ Het drama Wim Landman “. Dit boek verhaalt over de jaren waarin Rotterdammer Landman triomfen vierde als doelman van Sparta en er ook een mooie toekomst in het verschiet lag als international. Totdat een omkoop-schandaal hem de das omdeed en zijn carrière ruïneerde. Maar klopt dit wel? Is Landman terecht beschuldigd? Swart ging op onderzoek uit en zijn onthullingen zijn onthutsend te noemen. Dit alles opgetekend in een werkelijk fantastisch boek dat je meesleept en je bij de strot grijpt.

 

Een tweede, zeer de moeite van het lezen waard, boekwerk van dezelfde schrijver is het vaak grappige, en soms ook ontroerende relaas van de handel en wandel van Henk Kraan. Deze onvervalste Rotterdamse sjacheraar verstond het om altijd aanwezig te zijn bij de, voor Feyenoord, zo belangrijke momenten in de clubgeschiedenis van pakweg midden jaren 50 tot medio jaren ’80. Dit allemaal opgetekend aan de hand van de opkomst van het betaalde voetbal. En daarbij de hevig toenemende populariteit van de voetbalsport in Rotterdam en in de Kuip bij Feyenoord in het bijzonder. Hierin bepalend geweest is de komst van Coen Moulijn, Henk Schouten en Cor van der Gijp. Het boek beschrijft dan ook op zeer kleurrijke, humoristische wijze de hechte vriendschap tussen de twee Rotterdammers, Moulijn en Schouten, en Dordtenaar van der Gijp en de avonturen die zij ook samen met eerdergenoemde Henk Kraan hebben beleefd. Net zoals bij zijn boek over Wim landman bewijst deze uitgave Jan D. Swart’s absolute klasse als meester-verteller. Ook nu geldt weer, als je het boek eenmaal ter hand hebt genomen, dan laat je het niet meer los tot dat je ogen over de laatste letters zijn gegleden.

 

Een schrijver wiens boeken ik ook altijd zonder aarzelen aanschaf, zelfs al vallen ze buiten de voetbal-gerelateerde onderwerpskeuze, is Michel van Egmond. De in het Haagse geboren en getogen, maar alweer jaren in Rotterdam residerende schrijver, heeft gelukkig meer dan genoeg boeken op zijn naam staan die over de populairste volkssport ter wereld handelen. Dat Feyenoord daarin inmiddels een hele grote plek inneemt, is niet verwonderlijk. Onder redactionele leiding van dus Jan D. Swart (daar is hij weer) heeft van Egmond ook enkele jaren gewerkt bij de Feyenoord-krant en heeft op die manier de club en zijn cultuur zeer goed leren kennen. Is zelfs, naar eigen zeggen, een beetje van de club aan de Maas gaan houden. Het lijntje met Swart was er trouwens nog eerder, want beiden zijn ook nog collega’s geweest bij de Haagse Post. Van Egmond schreef zelfs het voorwoord voor het eerder door mij genoemde Swart-boek over Wim Landman en noemt hem zelfs, Swart dus, zijn jeugd-idool.

 

De eerste keer dat ik iets van hem las, in boekvorm, want zijn artikelen in de Feyenoord-krant had ik reeds tot mij genomen, was zijn in 2012 uitgekomen relaas over René van der Gijp. Ik werd meteen gegrepen door zijn aanpak van waarneming om daaruit op doeltreffende wijze een beeld te schetsen van zijn hoofdonderwerp, de voetballer in ruste en hoe hij zijn leven leidt. Deze vorm hanteerde hij ook bij zijn boek over Wim Kieft. In beide gevallen werden de hoofdpersonen ook nog eens geplaagd door persoonlijke demonen wat het natuurlijk extra boeiend maakt voor de lezer. Beide boeken werden een eclatant succes. Dus lijkt het overbodig om deze uitgaven bij u aan te bevelen, maar er bestaat natuurlijk altijd nog de kans dat u onbekend bent met deze werken.

 

Beide boeken hadden hoogstwaarschijnlijk veel minder lezers bereikt als de hoofdpersonen niet deel hadden uitgemaakt van het groepje vaste gezichten in het razend populaire programma Veronica Inside, voorheen Voetbal Inside (het programma heeft trouwens nog meer titels gehad, maar dat laat ik hier maar achterwege) op RTL7. Met name van der Gijp is door zijn verschijnen in het programma uit gegroeid tot een heus televisie-idool (een beetje tegen wil en dank met alle gevolgen van dien, daar verhaalt het boek van van Egmond mede over). Maar ook Wim Kieft is steeds populairder geworden door zijn optreden in het programma, waarbij van Egmond op zijn beurt weer ettelijke jaren als eindredacteur fungeerde. En de ervaringen en belevenissen die hij daar opdeed en meemaakte was weer een dankbare voedingsbodem voor alweer een succes-boek! Getiteld Topshow. Daarmee lijkt die cirkel helemaal rond.

 

Als we vervolgens terugkeren naar van Egmonds link met Feyenoord is er nog het ten boek gestelde, soms ietwat droevige, relaas over de gewezen Ghanese voetballer Christian Gyan. Droevig omdat de voetballer, die nooit echt het verschil maakte, maar ongemerkt haast tien (!) seizoenen in de Kuip volmaakte, inmiddels een broze fysiek bezit en toch nog voor zijn centen moet doorwerken in de Rotterdamse haven. Extra wrang, want een groot voetballer of niet, in zijn Feyenoord-tijd beschikte hij juist over een imposant fysiek gestel en ijzersterke conditie. Met zijn snelheid en harde werklust werd de diepgelovige Gyan in de Kuip een ware cult-held. Over dit alles heeft Michel van Egmond een klein, maar zeer fijn schrijven neer gepend. In die zo kenmerkende analytische, beschouwende stijl doorspekt met humor, verbazing en, vaak toch ook in positieve zin, verwondering over de machinaties die de voetbal-wereld eigen is.

 

Ten slotte wil ik nog twee bundels van Van Egmond’s hand noemen. Ten minste, ze zijn later door de uitgeverij gebundeld en bestaan uit een reeks eerder gepubliceerde korte en wat langere verhalen. Deze werden eerder gepubliceerd in het voetbal-weekblad Voetbal International, de Feyenoord-krant en andere print (kranten, bladen dan wel magazines). De eerste heet De Snor van Kiprich en andere Feyenoord-verhalen en bevat, nou ja, stukken over Feyenoord-gerelateerde onderwerpen dus. De tweede heet Balverliefd en draagt daarmee de naam van de vaste ‘kroniek’-artikelen die van Egmond ettelijke jaren wekelijks voor het voetbal-weekblad Voetbal International schreef. Allebei vast nog wel, met een beetje moeite, te bemachtigen bij de betere boekhandel (zover die in dit COVID-19 tijdperk nog open zijn) en anders ook wel online te vinden en te bestellen. Hier volgt nog even het lijstje met de door mij behandelde boeken.

 

Van Michel van Egmond: 

-Balverliefd, met eerder in VI (Voetbal International) verschenen verhalen

-De Snor van Kiprich en andere Feyenoord-verhalen

-King, over Christian Gyan

-Gijp, over Rene van der Gijp

-Kieft, over Wim Kieft

-Topshow, achter de schermen bij het voetbal-praatprogramma Veronica Inside voorheen Voetbal Inside

 

En van Jan D. Swart:

-Het drama Wim Landman, over de tragische geschiedenis van de Sparta -en Oranje-doelman

-Kraan en de donderstenen van Feyenoord, over Henk Kraan en zijn geschiedenis met de club en dan met name met de voetballers Coen Moulijn, Henk Schouten en Cor van der Gijp

 

En zo is er weer een einde gekomen aan mijn column, die nu dus al na een week weer is verschenen. Maar ik had u ook nog beloofd om voetbal-boeken te behandelen die niet relateerden aan Feyenoord of Sparta dan wel Excelsior of FC Dordrecht! En over films (docu’s) over voetbal als hoofd-onderwerp! Nou ja, dat komt dan de volgende keer. Beloofd. En ook nu zal die, zonder tegenbericht, al de volgende week verschijnen. Zolang er, in dit Corona-tijdperk, nog niet gevoetbald wordt blijft dat gehandhaafd.

 

Tot de volgende keer! 

 

Geschreven door Peter van Herp.